Terug naar blog

Werkwijze · 17 juni 2026

Waarom we niets op voorraad maken

De meeste kledingmerken bepalen maanden vooraf hoeveel stuks van elke maat en kleur ze laten maken — op basis van een inschatting. Bij ons is er geen inschatting. Er is een bestelling, en dan pas een kledingstuk.

Een klassiek collectiemodel werkt met voorspellingen: een merk schat in hoeveel exemplaren van een ontwerp, in welke maten en kleuren, verkocht zullen worden, en laat die hoeveelheid maanden vooraf produceren. Klopt de inschatting niet — te veel van een maat, een kleur die minder aanslaat — dan blijft er voorraad over. Die voorraad verdwijnt zelden zomaar: ze wordt afgeprijsd, doorverkocht aan een outlet, of in het slechtste geval vernietigd omdat opslag duurder is dan het stuk zelf.

Wij draaien dat om. Er ligt geen collectie klaar in een magazijn. Zodra u een bestelling plaatst, gaat pas op dat moment de productie van dát specifieke stuk van start — in ons eigen atelier, met het gecertificeerde materiaal dat we vooraf al hebben laten controleren. Er is dus geen "voorraad" in de klassieke zin: geen overschot om weg te werken, geen collectiestuk dat na het seizoen wordt afgeprijsd omdat het anders moet verdwijnen.

Dat heeft een direct gevolg dat we niet wegmoffelen: levering duurt langer dan bij een stuk dat al in een schap ligt. Wij vinden dat een aanvaardbare ruil. Een paar dagen extra wachten weegt voor ons op tegen het alternatief — kledij die al bestond vóór iemand ze wilde, in de hoop dat de vraag zou volgen.

Het is ook waarom we het niet hebben over een "collectie" in de gebruikelijke zin van het woord, met een lente- en een winterlijn die elkaar opvolgen. Onze basisstukken blijven beschikbaar zolang het gecertificeerde materiaal erachter beschikbaar blijft — geen kunstmatige schaarste, geen "op=op"-druk om toch maar te bestellen. Wat er is, is er omdat iemand het besteld heeft. Niet omdat wij dachten dat het wel zou verkopen.